Page 29 - Bloemen en planten
P. 29

  stagebedrijven. ‘Voor de docenten betekent dit minder taakvervuiling en meer fysiek lesgeven. Maar ook vind ik dat docenten best twee weken per jaar zouden kunnen meedraaien in een bloemenwinkel om het gevoel met de praktijk te behouden. Voor de leerlingen wordt het zwaarder. Ter illustratie: waar ze voorheen in het eerste jaar de namen van honderd bloemen moesten leren, zijn dat er nu 175. In het tweede jaar is dat het dubbele.
Toegevoegde waarde
De reden waarom Meerhoff zo met het onderwijs is begaan, is dat scholing volgens hem zoveel toegevoegde waarde heeft. ‘Iedereen is creatief’, zegt hij. ‘Daar ben ik van overtuigd. Maar er is ook een stap nodig om die creativiteit theoretisch te kunnen onderbouwen. Je kunt bijvoorbeeld wel een mooi boeket bedenken, maar je moet ook over de kennis en vaardigheden beschikken om het technisch en kwalitatief goed te kunnen maken. Die technieken moet je oefenen en steeds weer trainen. Daar speelt de opleiding een belangrijke rol in.’
‘Je kunt wel iets moois bedenken, maar hoe je het moet maken leer je op school’
‘Maar er is meer’, vervolgt hij. ‘Wat heb je aan creativiteit als je de andere basisvaardigheden die nodig zijn om in een winkel te kunnen functioneren niet beheerst? Denk aan omgaan met mensen, zowel klanten als collega’s. Of goed lezen en schrijven. En niet te vergeten calculeren. Ook dit soort basiskennis is absoluut noodzakelijk, en die komt je niet zomaar aanwaaien. Wederom: daarvoor moet je een opleiding volgen. Maar wel een goede opleiding. Een die je leert wat je straks nodig hebt om goed te kunnen functioneren en die aansluit bij de praktijk. Ik denk dat we met het nieuwe lesprogramma een grote stap in de juiste richting hebben gezet.’
 7
 




























































































   27   28   29   30   31